Politieke initiatieven en juridische vragen voor de rechtbank van de EU
Dit geldt vooral voor de wijze waarop de Commissie voorstelt dat de Raad de twee overeenkomsten ondertekent en afsluit, evenals de vraag of verschillende regelingen verenigbaar zijn met de grondwettelijke verdragen en het Handvest van de grondrechten van de EU.
Competentie en juridische basis van de EU-onderhandelingen
Een centraal punt is of de Europese Commissie bevoegd is om een gesplitst aanpak te volgen, nadat de Raad haar in 1999 en 2018 de opdracht had gegeven te onderhandelen over een associatieovereenkomst — een kader dat unanimiteit vereist binnen de Raad, niet een gekwalificeerde meerderheid.
Daarnaast speelt de vraag of de Commissie, in het licht van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU, verschillende rechtsgronden kan voorstellen aan de Raad voor het afsluiten van de EMPA, in plaats van te vertrouwen op één enkele grond zoals oorspronkelijk bedoeld voor een associatieovereenkomst.
Het kiezen van de juiste rechtsgrond is geen louter formele kwestie, maar raakt aan belangrijke inhoudelijke aspecten — een vraag van ‘grondwettelijke betekenis’ die onder de jurisdictie van het Hof valt.
Institutionele balans en transparantie
Een tweede punt betreft of de Europese Commissie door haar gesplitste aanpak in strijd heeft gehandeld met de principes van institutionele evenwichtigheid en oprechte samenwerking.
In de praktijk is de Raad geconfronteerd met een voldongen feit: de Commissie heeft een ander soort overeenkomst nagestreefd dan de oorspronkelijk door de Raad mandaat verleende associatieovereenkomst, met andere stemprocedures.
Daarnaast is het voorstel om de besluitvorming van de Raad te baseren op meerdere rechtsgronden, niet één, niet duidelijk toegelicht in het memoriestuk van het voorstel.
Dit roept ernstige constitutionele vragen op over transparantie en de plicht van het Handvest van de EU, dat van alle EU-instellingen vereist dat zij de motieven achter bindende maatregelen aangeven.
Het naleven van deze plicht is des te crucialer vanwege de noodzaak om procedurele en democratische waarborgen te Respecteren.
Milieu, gezondheid en consumentenbescherming
Een mogelijk risico ligt in het ontbreken van voldoende bescherming voor milieu, volksgezondheid en consumenten.
Het herstelsysteem in de overeenkomsten, dat partijen in staat stelt beleid van elkaar te betwisten — inclusief de uitvoering van de Green Deal — kan een afschrikkend effect hebben en de beleidsautonomie van de EU ondermijnen.
Dit mechanisme zou de partijen toestaan elkaars beleidsmaatregelen aan te vechten, zelfs wanneer die geen rechten schenden, maar mogelijk de handel bevoordelen of beperken.
Het precautionair beginsel en de rechtsgrond van de overeenkomsten
Verder bestaat het risico dat de overeenkomsten het zogeheten ‘precautionair beginsel’ schenden, dat in EU-verdragen is vastgelegd.
Dit beginsel stelt dat in situaties van onzekerheid over risico’s voor gezondheid of milieu, preventieve maatregelen kunnen worden genomen zonder te wachten op volledige bewijsvoering.
De definitie van dit beginsel in het hoofdstuk over handel en duurzaamheid van de overeenkomsten is echter zwakker dan die van het Hof van Justitie, dat een meer preventieve aanpak hanteert.
Daarbij wordt gesteld dat in geval van onzekerheid over risico’s voor de menselijke gezondheid, preventieve maatregelen kunnen worden genomen nog voordat de ernst van die risico’s volledig duidelijk is.
Bovendien is het beginsel slechts opgenomen in het hoofdstuk over handel en duurzaamheid, dat niet onder de belangrijkste rechtsmiddelen van het akkoord valt, waardoor het in de praktijk niet afdwingbaar is.
De rol van het Europees Parlement en de jurisdictie van het Hof
Gezien deze forswegende juridische kwesties en mogelijke schendingen van fundamentele EU-rechtsprincipes, zou het Europees Parlement het Hof van Justitie moeten verzoeken om een oordeel te vellen en haar rol te gebruiken om de democratische integriteit, de rechtsstaat en de waarden waarop de EU is gebaseerd, te beschermen.
In het systeem van gescheiden machten binnen de EU ligt het voor de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers om het Hof te laten toetsen of de voorgestelde overeenkomsten compatibel zijn met de grondwettelijke verdragen.
Het parlement kan het Hof vragen een mening te geven, en dat moet gebeuren voordat de overeenkomsten worden ondertekend.
Een vroegtijdig verzoek stelt het Hof in staat te beoordelen of de voorstellen in overeenstemming zijn met de verdragen.
Komt het verzoek te laat, dan kan de procedure irrelevant worden of zelfs niet-ontvankelijk, en kunnen discrepanties alleen worden aangepakt via langdurige annuleringstrajecten door lidstaten.
Het vermijden van onveilige juridische procedures
Het is zorgwekkend dat de diensten van het Europees Parlement het verzoek van 145 europarlementsleden van verschillende politieke groepen tot het indienen van een resolutie hebben afgewezen op basis van ongefundeerde juridische argumenten.
Het Hof van Justitie bezit de bevoegdheid om toezicht te houden via de adviesprocedure en dient te fungeren als bewaker van fundamentele beginselen van het EU-recht.
Het parlement speelt een essentiële rol in het bewaken van deze principes en het eisen van het Hof’s advies is een legitiem en noodzakelijk initiatief.
Het belang van steun en betrokkenheid
Elke maand lezen honderden duizenden mensen journalistiek en opinie van EUobserver. Met uw steun kunnen miljoenen anderen dat ook doen.
Indien nog geen steunlid, wordt vandaag nog lid om bij te dragen aan een geïnformeerd debat over EU-recht en beleid.
Audrey Changoe is beleidscoördinator op het gebied van handel en investeringen bij Climate Action Network Europe. Nicolas de Sadeleer is professor aan UCLouvain, gespecialiseerd in EU-instellingen, het interne marktbeleid, milieuwetgeving en vergelijkende rechtswetenschap.





