De toekomst van het Schengensysteem: Hoe grenscontroles de Europese integratie ondermijnen

De basisprincipes van het Schengenkonvenant en de discrepanties in de praktijk

Volgens het in 1985 ondertekende Schengenkonvent was het de bedoeling dat er geen grenscontroles zouden functioneren tussen lidstaten van de Europese Unie. Het pact beloofde dat grenzen binnen de unie zonder controles konden worden overschreden. Toch zien reizigers tegenwoordig herhaaldelijk controles bij het passeren van binnenlandse grenzen van de EU—een situatie die ingaat tegen de oorspronkelijke intentie van het verdrag.

Een juridische strijd tegen illegale grenscontroles

Werner Schroeder, een professor Europees recht aan de Universiteit van Innsbruck, besloot actie te ondernemen nadat hij op een trein tussen Oostenrijk en Duitsland door de federale politie fysiek werd aangehouden en gedwongen zijn ID te tonen. Schroeder diende een klacht in tegen de Duitse overheid, omdat hij van mening is dat de grenscontroles sinds 2015, en vooral sinds 2017, niet langer wettelijk toegestaan zijn op basis van Europese wetgeving, inclusief het Schengengrensverdrag. Hoewel de COVID-19-pandemie tijdelijke uitzonderingen toestond, heeft de Europese rechter in april 2022 geoordeeld dat controles na die periode niet gerechtvaardigd zijn.1

Veranderende jurisprudentie en de impact op nationale controlepraktijken

De HvJ-EU besliste dat grenscontroles tussen Oostenrijk en Slovenië slechts gedurende maximaal zes maanden mochten plaatsvinden, tenzij nieuwe redenen voor voortdurende controles werden aangevoerd. De voornaamste reden die lidstaten aanvoeren voor deze controles is de gevreesde migratie vanuit de Balkan- en Italiaanse routes. Daarbij tonen de statistieken een duidelijke daling in het aantal migranten dat de grens passeert. Voor de controleperioden na de pandemie geldt dat lidstaten elke zes maanden een nieuwe notificatie moeten indienen bij de Europese Commissie, waarin de rechtvaardiging voor de controles wordt aangetoond. Volgens de Europese rechter is het niet voldoende dat deze rechtvaardigingen voortvloeien uit het voortdurende migratiedebat; nieuwe jurisprudentie benadrukt dat elke nieuwe controle een nieuwe reden moet hebben, niet simpelweg voortgezet mag worden op basis van eerdere motieven.

De juridische procedures en de rol van de Europese Commissie

Schroeder heeft inmiddels beroep aangetekend tegen de Duitse overheid, die stelt dat zijn geval niet vergelijkbaar is met eerdere Europese jurisprudentie omdat zijn controle volgens hen niet systematisch was. Daarnaast betogen zij dat slechts één controle is uitgevoerd en dat deze niet representatief zou zijn voor de algemene praktijk. Schroeder wijst er echter op dat de politie altijd aanwezig was op post en dat systematische controles dus wel degelijk plaatsvinden.

De volgende stap in het juridische proces is dat de Europese Commissie zal antwoorden op de klacht. De uitkomst hangt af van de evaluatie van de rechter. Een procedure bij een administratierechtbank kan maanden duren, en indien het aan het Europees Hof van Justitie (EHJ) wordt voorgelegd, kan het nog eens anderhalf tot twee jaar kosten voordat een oordeel wordt geveld.

De rol van de Europese Commissie en de handhaving van het EU-recht

Er is verwondering over het feit dat de Europese Commissie nauwelijks actie onderneemt tegen lidstaten die structureel grenscontroles blijven uitvoeren. Recentelijk uitte de EU-commissaris Magnus Brunner in een interview dat Duitsland zou moeten stoppen met deze praktijken, aangezien de controles slechts tijdelijk volgens het Schengenkader waren toegestaan. Toch heeft de commissie na het oordeel van het EHJ in 2022 over controles tussen Oostenrijk en Slovenië geen verdere stappen gezet tegen lidstaten die dit soort controles blijven houden—een ontwikkeling die niet positief wordt geëvalueerd.

De vraag rijst hoe een succesvolle rechtszaak van Schroeder invloed kan hebben op andere landen die eveneens grenscontroles uitvoeren. Het opstellen en handhaven van rechtmatige controlepraktijken is nu vooral de verantwoordelijkheid van de Europese Commissie. Zij zou lidstaten kunnen dwingen zich aan de regels te houden, bijvoorbeeld via het Europese gerechtshof.

De verdere toekomst van het Schengensysteem en de cohesie binnen de EU

In 2024 werd het Schengenregeling aangepast om flexibiliteit toe te staan bij de implementatie van grenscontroles. Toch blijven de beperkingen bestaan, en wordt nog steeds slechts onder strikte voorwaarden gecontroleerd. Bovendien ondermijnt het frequente gebruik van grenscontroles de kern van het Schengenkonvenant: de vrijheid van verkeer binnen Europa.

Het is duidelijk dat het systeem onder druk staat. Hoewel het niet volledig is verdwenen, heeft de uitgebreide inzet van controles de integriteit van Schengen zwaar ondermijnd. In tijden waarin deEU-begroeiing en eenheid onder grote druk staan, is het van belang te benadrukken dat het principe van vrij verkeer nog steeds centraal staat, maar dat het systeem zich moet aanpassen om niet volledig te worden uitgehold.

Conclusie

Het juridische traject dat Schroeder is ingegaan, illustreert de complexe verhouding tussen nationale controlepraktijken en de Europese regelgeving. Het onderstreept de noodzaak dat de Europese Commissie haar rol serieus neemt en zich actief inzet voor de handhaving van de verdragsregels. Het voortduren van illegale grenscontroles ondermijnt de fundamenten van het vrije verkeer dat in het Schengenkader is vastgelegd.