Het record van de warmste jaren en de recente temperatuurontwikkelingen
De afgelopen elf jaar zijn de warmste ooit gemeten, waarbij de laatste drie jaren de eerste periode markeren waarin de wereldwijde temperaturen met meer dan 1,5°C boven het pre-industriële niveau uitkwamen. Volgens gegevens van woensdag 14 januari, gepubliceerd door het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts (ECMWF) in het Verenigd Koninkrijk, toont deze trend dat de temperatuurstijging zich voortzet ondanks regionale verschillen. In 2025 wordt het jaar gerangschikt als het op drie na warmste jaar sinds het begin van de metingen, na 2024 en 2023. Hoewel 2025 0,13°C koeler was dan het recordjaar 2024, onderstrepen wetenschappers dat dit geen teken is van een afvlakking of daling van de opwarmingstrend.
Variaties binnen een duidelijke opwarmingstrend
Carlo Buontempo, directeur van de Copernicus Climate Change Service, benadrukte dat de jaarlijkse fluctuaties in temperatuur niet wijzen op een omkeer van de globale opwarming. In een toelichting aan journalisten op 14 januari zei hij: “Altijd zijn er pieken en dalen… Deze variaties liggen bovenop een zeer duidelijke opwaartse trend.” Hij maakte duidelijk dat de samenstelling van de laatste drie jaren boven de 1,5°C-uitbraak een sterke boodschap is. Het cumulatief effect van deze drie jaar onderstreept dat het grensniveau — vastgesteld in het akkoord van Parijs uit 2015 — mogelijk sneller wordt overschreden dan aanvankelijk werd gedacht.
De rol van ECMWF en wereldwijde temperatuurgegevens
Het ECMWF biedt ondersteuning aan de lidstaten van de Europese Unie en 13 samenwerkende landen en speelt een cruciale rol in het Copernicus-programma, dat orbitale en aardobservatiedata verzamelt. Dit programma voorziet onder meer in dagelijkse weersvoorspellingen en klimaatinzichten op lange termijn. Volgens de gegevens van het ECMWF heeft vooral de poolregio in 2025 opmerkelijke opwarming doorgemaakt. Antarctica heeft haar warmste jaar in historie geregistreerd, terwijl de Arctische gebieden de op twee na warmste jaren ooit kennen, hetgeen het verband tussen klimaatverandering en poolijsverlies benadrukt.
De drempel van 1,5°C en de gevolgen daarvan
De wereldgemiddelde temperatuur tussen 2023 en 2025 overschrijdt de pre-industriële niveaus (1850-1900) met meer dan 1,5°C. Deze grens, vastgelegd in het Akkoord van Parijs, wordt beschouwd als een kritieke maatstaf. Hoewel individuele jaren die grens overschrijden niet automatisch betekenen dat het lange-termijn doel van Parijs, namelijk beperking van de opwarming, permanent is gehaald, wijst het trendmatige karakter ervan erop dat deze mijlpaal mogelijk veel eerder wordt bereikt dan aanvankelijk werd verwacht. Volgens ECMWF kan de opwarming van 1,5°C al vóór 2030 worden bereikt, ongeveer tien jaar eerder dan de eerdere prognoses die naar de ondertekening van het verdrag in 2015 waren gemaakt.
Mechanismen en risico’s van het overschrijden van 1,5°C
Het permanent overschrijden van deze drempel vormt een risico voor amplificatie van de klimaatveranderingen, waaronder meer frequent voorkomende extreme weersomstandigheden. Dit omvat bijvoorbeeld het toenemend aantal bosbranden, hittegolven en langdurige droogte. De toename van bosbranden kan volgens The Guardian leiden tot een gebied dat groter is dan Engeland, en dat in de nabije toekomst significant zal uitbreiden. Daarnaast zorgt de versnelde smelting van poolijs voor verdere stijging van de zeespiegel en verstoring van wereldwijde klimaatpatronen, wat enorme gevolgen heeft voor ecosystemen en menselijke samenlevingen.
De invloed van recente bosbranden en klimaatmaatregelen
In 2024 werden volgens rapporten meer grote bosbranden vastgesteld dan ooit eerder, wat de urgentie benadrukt van mondiale klimaatmaatregelen. Het internationale klimaatbeleid, inclusief nationale regelgeving en mondiale afspraken, moet volgens experts nu sneller en doeltreffender worden geïmplementeerd om de omstandigheden te beheersen en de impact van verdere opwarming te beperken.





