De Strategische Cruciale Rol van de Western Sahara-kwestie in de Europese Politiek

Een heftige discussie binnen het Europees Parlement over de status van Western Sahara

Op 20 november bracht de commissie Landbouw en Rurale Ontwikkeling (AGRI) van het Europees Parlement een debat dat uitzonderlijk scherp was. Tijdens deze bijeenkomst presenteerde de Europese Commissie een voorstel om de regels voor herkomstetikettering van agrarische en visserijproducten uit Western Sahara aan te passen. Dit gebied is door de Verenigde Naties gekwalificeerd als niet-selfbesturend gebied met een onopgeloste juridische status. Hoewel het voorstel op het eerste gezicht technisch lijkt, hangen de implicaties hiervan veel dieper: het lijkt erop dat het probeert een reeks uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Europese rechtspraak) te ontwijken. Dit hof heeft sinds 2016 herhaaldelijk verklaard dat Western Sahara een „apart en onderscheiden gebied” is onder het EU-recht en dat elk akkoord dat natuurlijke hulpbronnen van dit territorium betreft, de toestemming van de inwoners vereist.

Een patroon van politieke manoeuvres boven juridische duidelijkheid

Het voorstel is geen geïsoleerd incident, maar maakt deel uit van een breder patroon waarin de Europese Commissie meer waarde hecht aan politieke spelletjes dan aan rechtszekerheid. Sinds 2011, toen de auteur betrokken raakte bij Sahrawische ngo’s die zich bezighielden met landbouw en visserij, heeft hij direct uit eerste hand contact gehad met diverse Europese instanties. Zijn ervaringen tonen aan dat de besluiten over Western Sahara beïnvloed worden door de politieke belangen van lidstaten, eerder dan door bindende uitspraken van het Hof.

Verschillende lidstaten spelen een belangrijke rol in deze situatie. Frankrijk gebruikt zijn invloed om het beleid te sturen, terwijl Spanje vooral kijkt naar economische belangen, visserij-akkoorden en migratieovereenkomsten. Dit leidt tot een ongelijke en vaak problematische toepassing van EU-wetgeving: de juridische lijn verschuift afhankelijk van de politieke gevoeligheden in hoofdsteden, niet op basis van objectieve juridische verplichtingen.

Structuurproblemen binnen de Europese beleidsvorming

Tijdens zijn werk kwam de auteur diverse structurele zwakheden tegen. Zo werd een keer een EU-instelling indirect ingezet om zijn deelname aan een maatschappelijk evenement in Brussel te verhinderen. In een andere bijeenkomst drong een hoge ambtenaar erop aan dat het gesprek vertrouwelijk bleef, ondanks dat het ging om zaken die principieel onder transparantieregels zouden moeten vallen. Het grootste bewijs dat de invloednetwerken bestaan, kwam met het Marocgate-schandaal. Daaruit bleek dat dergelijke netwerken binnen het Europees Parlement actief waren, wat het belang van onafhankelijke interne onderzoeken onderstreept.

De essentiële vraag die hierbij opkomt, is of het Europees Parlement ooit een onafhankelijk onderzoek heeft uitgevoerd naar de overeenkomsten met Marokko over Western Sahara. Tot nu toe blijft het antwoord nee. Het blijkt dat de situatie veel meer inhoudt dan een territoria-dispuut. Het blootlegt een fundamentele spanning binnen de Europese integratie: tussen het legalistische fundament en de politieke realiteit. Daar speelt zich een voortdurende strijd af tussen rechtsprincipes en kortetermijnpolitiek, tussen beloofde waarden en het handelen van de instellingen.

De impact op de geloofwaardigheid van de EU

De Europese Commissie lijkt bij de behandeling van deze dossiers steeds minder te handelen als hoeder van het EU-recht en meer als een politiek acteur die probeert relaties te managen zonder zich aan de rechtsregels te houden. Deze aanpak brengt ernstige gevolgen met zich mee, niet alleen voor de inwoners van Western Sahara, maar ook voor de geloofwaardigheid van de EU zelf. Hoewel de EU zich internationaal sterk profileert op het gebied van recht en mensenrechten, kan die geloofwaardigheid niet selectief worden toegepast. Een wereldorde op basis van regels is moreel gezagrijk enkel zolang de regels zelf niet onderhandelbaar worden.

Dit is geen ver verwijderd probleem, maar een spiegel van de diepere uitdaging waarvoor de Europese Unie staat. De kernvraag is eenvoudig doch fundamenteel: wil Europa een gemeenschap blijven die volgens het recht handelt, of evolueert het in een richting waarin politieke strategie de juridische principes overstijgt? Hoe de EU met de Western Sahara-kwestie omgaat, zal meer bepalen dan alleen de toekomst van een territorium; het zal de integriteit en de ethische fundamenten van de Europese project testen.

De toekomst van de rechtsorde binnen de Europese Unie

De EU zal niet verzwakt worden door externe dreigingen, maar juist door haar interne inconsistenties. Als juridische verplichtingen gemakkelijk te negeren zijn en gerechtelijke uitspraken flexibel kunnen worden geïnterpreteerd, dan ondermijnt dat de rechtsstaat zelf. Western Sahara is geen louter technische aangelegenheid, maar een moreel toetsingsmoment voor Europa. De reactie van Europa hierop zal bepalen wat voor soort toekomst het voor zichzelf voor ogen heeft. Het is een spiegel voor de europese integratie en haar vermogen om haar juridische en ethische principes te handhaven.

Elke maand lezen honderdduizenden mensen de journalistiek en opinie van EUobserver. Met de steun van betrokkenen worden dat er miljoenen. Het wordt dan ook van belang dat binnen Europa de principes van rechtsstaat en transparantie niet blijven stranden in politieke pragmatiek.