De strategische implicaties van Groenland voor Europa: een dringende noodzaak voor actie

Groenland als test voor Europese verdediging

Groenland is plotseling geëvolueerd tot een testcase voor de capaciteit van Europa om zijn eigen grondgebied te beschermen. Deze kwestie is niet theoretisch van aard; herhaalde uitspraken van hoge functionarissen in Washington, waaronder voormalig president Donald Trump, die de status van Groenland in twijfel trokken, hebben het tot een open strategisch vraagstuk gemaakt. Europa kan zich geen onduidelijkheid veroorloven over deze kwestie. Het draait niet alleen om de soevereiniteit van Denemarken, maar ook om de geloofwaardigheid van de Europese Unie als veiligheidsactor.

Voorstel voor een Europese militaire aanwezigheid in Groenland

Een directe en zichtbare stap zou zijn het snel opzetten van een beperkte Europese militaire aanwezigheid op Groenland, op verzoek van Denemarken. Deze optie werd al in 2025 door Frankrijk onder de aandacht gebracht. Het is geen force die gericht is op het bestrijden van de Verenigde Staten of op militarisering van de Arctische regio, maar dient als afschrikmiddel. Een meerlands Europees contingent dat roulerend en van kleine omvang is, zou drie doelen dienen.

  • Het internationaliseren van de veiligheid rondom Groenland; een vijandige actie zou niet langer een bilateraal probleem zijn tussen Kopenhagen en Washington, maar een incident waarbij meerdere Europese landen betrokken zijn.
  • Het verhogen van de politieke en strategische kosten voor elk poging tot dwangmaatregelen of het uitvoeren van snelle feiten, zoals een fait accompli.
  • Het tonen dat Europa bereid is haar lidstaten niet slechts retorisch, maar ook in daden te verdedigen. Effectieve afschrikking vereist geen gelijke kracht, maar wel duidelijkheid, zichtbaarheid en politieke inzet.

Een Europese aanwezigheid in Groenland zou de drie elementen bieden: overzichtelijkheid, zichtbaarheid en juridische rechtszekerheid.

Legale en expliciete afschrikking

De afschrikking moet ook legaal en expliciet worden: Denemarken moet haar EU-partners formeel informeren dat het in geval van gewapende agressie tegen Groenland zal vragen om de activering van Artikel 42.7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) voor wederzijdse bijstand. Deze bepaling verplicht lidstaten tot hulp en ondersteuning, en geldt ook voor het grondgebied van een lidstaat, waardoor de status van Groenland als overzeese gebiedsdeel geen vermindering van de rechten betekent. Voorafgaande kennisgeving verduidelijkt de situatie en bevestigt dat een aanval op Groenland automatisch een Europese reactie zal ontlokken. Dit is de kern van effectieve afschrikking: het wegnemen van ambiguïteit voordat een crisis uitbreekt.

Versterking van de juridische en politieke positie van Groenland

Naast beveiligingsmaatregelen moet de langdurige bescherming van Groenland worden versterkt door het meer verankerd worden binnen het Europese juridische en politieke kader. Sinds het verlaten van de Europese Gemeenschappen in 1985 en de status als ‘Overseas Country and Territory’ bevindt Groenland zich buiten het constitutionele bereik van de EU. In het huidige geopolitieke klimaat vormt die afstand een kwetsbaarheid. Groenland zou daarom een verzoek moeten indienen voor een statuswijziging naar ‘Regio Uiterste omwenteling van de Europese Unie’, waarbij EU-wetgeving, beleid en volledige deelneming in het rechtsstelsel worden toegepast, conform de bepalingen voor grensregio’s.

Deze verandering vereist politieke toestemming van Groenland en een herziening van de betrokken verdragen, maar het zou een krachtig signaal afgeven: Groenland wordt geen randzone van Europa, maar een integraal onderdeel ervan.

De rol van Denemarken en de Europese integratie

Denemarken, dat verantwoordelijk is voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van Groenland en waarschijnlijk sterk de Europese solidariteit moet tonen, dient haar eigen integratieproces te voltooien. Het land heeft te lang aan de periferie van de EU verbleven, met een permanente opt-out van de euro, het buiten blijven van grote delen van Justitie en Binnenlandse Zaken, en tot voor kort het uitsluiten van de gezamenlijke defensie. Twee belangrijke punten blijven over:

  1. Denemarken moet actie ondernemen om lid te worden van de euro, aangezien monetaire opt-outs de collectieve geloofwaardigheid onder druk zetten in strategisch moeilijke tijden. De euro is niet enkel een economisch instrument, maar ook een veiligheidsmiddel.
  2. De resterende opt-out voor Justitie en Binnenlandse Zaken moet worden opgegeven. Terwijl de gedeeltelijke deelname pragmatisch werkte, is volledige coherentie nu essentieel. Lidmaatschap van de euro en volledige participatie in deze beleidsgebieden versterken Denemarks positie binnen de EU en bevorderen de interne veiligheid.

Deze stappen zouden geen concessies zijn, maar investeringen in de collectieve veiligheid en cohesie van Europa.

Een Europese leiderschapsrespons

Parallel daaraan is leiderschap op hoog niveau vereist. De voorzitter van de Europese Raad moet zo spoedig mogelijk een buitengewone Europese Raad bijeenroepen, gericht op de dreiging voor Groenland en de Europese verdediging. De agenda moet expliciet zijn: volledige steun aan Denemarken, bereidheid tot wederzijdse hulp en de implementatie van Artikel 42.2 TEU voor de opbouw van een echte gemeenschappelijke defensie. Dit artikel voorziet al in de basis voor een gezamenlijke defensiepolitiek die kan leiden tot een gemeenschappelijke verdediging.

Wat ontbreekt, is politieke wil: de kwestie Groenland dwingt tot besluiten. Europa kan niet blijven wachten; het moet ofwel zijn defensielijsten serieus nemen of het strategisch irrelevant worden.

Strategische samenhang en conclusie

Een coherente strategie bestaat uit een Europese afschrikking, de volledige inzet voor Artikel 42.7, de herintegratie van Groenland in het EU-rechtsstelsel, volledige participatie van Denemarken en een krachtige beweging richting gezamenlijke defensie. Niemand van deze maatregelen alleen kan voldoende zijn, maar gezamenlijk brengen ze de strategische situatie in evenwicht. Ze verhogen de kosten van agressie, verkleinen de onzekerheid en bevestigen dat Europa bereid is haar staten en constitutionele orde te verdedigen. Dit is geen marginale kwestie, maar een formele test: Europa moet adequaat reageren.