Uitdagingen door klimaatverandering en toenemende wateroverlast
Europa wordt geconfronteerd met een groeiend aantal overstromingsrampen, veroorzaakt door het opwarmen van de zeeën en extreme neerslag. Deze natuurrampen treffen vooral kwetsbare gemeenschappen en treffen de armere bevolkingsgroepen het hardst. Fragmentatie in het beleid, onvolledige gegevens en een onvoldoende adaptatiesysteem zorgen ervoor dat veel landen niet voorbereid zijn op dergelijke calamiteiten. Een onderzoek in zes landen brengt deze problemen in kaart.
In 2024 leidde de catastrofale wateroverkoeling in Spanje tot ongeveer 237 doden en uitgebreide materiële schade in de regio, waarmee het één van de dodelijkste natuurlijke rampen in de geschiedenis van het land werd. Spaanse wetenschappers voorspellen dat soortgelijke gebeurtenissen zich niet alleen in Spanje zullen herhalen, maar ook in grote delen van Centraal-Europa.
De mechanismen achter hevige neerslag en het ontstaan van DANA
Een specifiek fenomeen dat hiervoor verantwoordelijk is, noemt men in Spanje DANA (Depresión Aislada en Niveles Altos), wat zich vertaalt als een geïsoleerde depressie op grote hoogte. Dit houdt een koude luchtmassa in die, wanneer hij over warmere gebieden beweegt, intense stormen en zware regenval veroorzaakt. Antonio Turiel, een fysicus en oceanograaf, vergelijkt deze situatie met een aap die een bazooka vasthoudt, en benadrukt de onzekerheid over waar de stormen zullen toeslaan.
Opwarming van de zee en de gevolgen voor het milieu
De Copernicus-programma, dat vanuit de ruimte informatie over het milieu verschaft, meldt in juni 2025 een uitzonderlijke warmtegolf in de westelijke Middellandse Zee. Deze leidde tot de hoogste dagtemperaturen ooit genoteerd in juni: 27,0°C, wat 3,7°C boven het gemiddelde ligt. Toen de atmosfeer opwarmt, neemt de hoeveelheid waterdamp toe, wat een feedbacklus versterkt en de kans op hevige regenbuien groter maakt.
Ook centrale en oostelijke regio’s van Europa ervaren zware regenval, waarbij de combinatie van steile terreinen en ingrepen in natuurlijke waterlopen tot plotselinge en gevaarlijke overstromingen leidt. In 2024 zorgde storm Boris voor extreem veel neerslag en snelle overstromingen in onder andere Oostenrijk, Tsjechië, Polen, Roemenië, Slowakije en Hongarije, met meer dan een dood tot gevolg.
Zeespiegelstijging en risico’s op kusterosie
Volgens het Europees Agentschap voor Milieu is de gemiddelde zeespiegel sinds 1900 met ongeveer 21 centimeter gestegen. De versnelling van de stijging voorspelt nog ernstigere kusterosies en overstromingen. Echter, een recente studie van vooraanstaande Deense klimaatwetenschappers stelt dat deze projecties mogelijk sterk onderschat zijn; de zeespiegel kan drie maal hoger stijgen dan verwacht. Professor Dorthe Dahl-Jensen, expert in ijs en geofysica, waarschuwt dat zelfs bij temperatuurstijgingen van slechts twee tot drie graden delen van de ijskappen onvermijdelijk zullen instorten.
Overstromingen in Europa: herhaalbare gebeurtenissen en regionale verschillen
Tussen 1998 en 2020 vormden overstromingen 43 procent van alle rampen in Europa. Wateroverschotten manifesteren zich op meerdere plaatsen, afhankelijk van geografische omstandigheden, beleid, budget en voorbereiding. In Ierland herinnerde storm Éowyn in 2025 aan het gebrek aan paraatheid van het land. Grootstedelijke gebieden als Dublin, Cork en Galway worden gezien als “sitting ducks” — gevaarlijk kwetsbaar voor klimaatverstoringen, maar voorlopig gespaard gebleven door geluk.
De rol van beleidsmakers en lokale overheden
In Nederland, dat bekend staat om zijn lage ligging, zijn overstromingen moeilijk te voorspellen en te voorkomen. Daan Prevoo, burgemeester van Valkenburg, zegt vier jaar na de overstromingen dat zijn gemeente nog steeds niet goed voorbereid is, en dat veel slachtoffers nog steeds te maken hebben met de fysieke en mentale gevolgen.
Op nationaal niveau blijven de verantwoordelijkheden onduidelijk, waardoor het lastig is om te bepalen wie waarvoor verantwoordelijk is. In Polen worden waterstromen gereguleerd door Wody Polskie, terwijl bomen langs rivieren onder beheer staan van Lasy Państwowe. De passive houding van het Poolse bosbeheer bij waterbeheer wordt kritisch bekeken; houtkap in bergen versterkt downstream de risico’s op overstromingen.
Innovatieve oplossingen en lokale strategieën
Ondertussen pleiten experts voor het gebruik van lokale, kleinschalige ingrepen, zoals het herontwikkelen van oude irrigatiesystemen met eenvoudige materialen, die even effectief kunnen zijn als duurdere constructies. In oktober 2023 richtte een zware overstroming in Brechin, Schotland, grote schade aan; honderden woningen werden getroffen en duizend inwoners geëvacueerd.
Het Verenigd Koninkrijk, dat niet meer lid is van de EU, volgt desondanks nog steeds belangrijke EU-regelgeving omtrent waterbeheer en overstromingen. Er bestaat echter een toenemende bezorgdheid over ‘overstromingsarm dàg’, dat wil zeggen, gebieden die door sociaaleconomische factor gebruiksbeperkingen en verhoogde risico’s ervaren, en de kosten van herstel bemoeilijkt.
Urbanisatie, planning en de motivatie achter inadequate bescherming
In Spanje heeft de gebrek aan effectief stadsplanning geleid tot herindeling van risicogebieden. Volgens geograaf Fulgencio Cánovas waren in de periode 1997–2007 veel gebieden op risicologisch kwetsbare plekken gebouwd, zonder voldoende naleving van regelgeving. Hij waarschuwt dat veel woningen onveilig worden gemaakt doordat straatzijden met metalen tralies worden afgesloten, waardoor ontsnappingsmogelijkheden beperkt worden.
Bovendien hebben veranderingen in landbouwpraktijken in rivierbassingebieden de natuurlijke afvoer van water verergerd, met vergelijkbare problemen door bossenbeheer in Polen. Over het algemeen wordt de coördinatie tussen lokale en centrale autoriteiten als gebrekkig ervaren, hetgeen vertragingen oplevert in kritieke noodreacties.
Europa’s beleid en data-uitdagingen
Hoewel Europa een strategie voor overstromingspreventie presenteert, ontbreekt het vaak aan concrete financiering in de langetermijnbegroting. Het Europees Parlement heeft hier beperkte invloed, aangezien het voorstel geen wetgevend karakter heeft. De Copernicus-satellietprogramma kampt met dataproblemen; risico- en waarschuwingsniveaus verschillen per lidstaat, wat de systematische analyse bemoeilijkt.
Klimaatwetenschapper Kirsten Halsnæs uit Denemarken uit kritiek op de centralisering van data; ze pleit voor meer lokale, contextspecifieke modellen, omdat deze technologische data beter de kennis en prioriteiten weerspiegelen die lokaal bestaan. De EU wordt doorgaans beschouwd als een coördinerende en regelgevende instantie, maar Halsnæs verwacht geen grote investeringen in klimaatadaptatie van de zijde van de EU, omdat de noodzakelijke financiering niet gelijkmatig verdeeld hoeft te worden over lidstaten.
De Europese Commissie legt de verantwoordelijkheid voor de financiering van preventie- en adaptatiemaatregelen bij onder andere cohesie-ondersteuning, landbouwsubsidies en het Horizon-onderzoeksprogramma. Toch uiten milieuorganisaties en het Europees Parlement zorgen dat veel overstromingsschade ongedekt blijft onder het EU-budget.
Het onderzoek en de rapportage worden ondersteund door het Investigative Journalism for Europe (IJ4EU)-fonds, met bijdragen van journalisten uit verschillende landen, waaronder Staffan Dahllöf, Katharine Quarmby, Nicoline Noe, Marcos García Rey, Clarine van Karnebeek, Krzysztof Story en Tommy Greene.





