Hoe kleine belastingwijzigingen het milieueffect van EU-voedselconsumptie kunnen verminderen

De bevindingen van een nieuwe Duitse studie

Recent Duits onderzoek wijst erop dat beperkte aanpassingen in belastingbeleid de invloed van voedselconsumptie binnen de Europese Unie op klimaatverandering kunnen verminderen. De studie, uitgevoerd door het Potsdam-Institut für Klimafolgenforschung, vergelijkt twee beleidsmaatregelen met betrekking tot voedselbelasting: het afschaffen van de btw-verlagingen op vleesproducten en het invoeren van een koolstofbelasting op alle voedingsmiddelen. De onderzoeker Charlotte Plinke, verantwoordelijk voor de studie, benadrukt dat momenteel 22 van de 27 EU-lidstaten gebruikmaken van een verlaagde btw op vlees.

De bijdrage van voedsel aan de klimaatdoelstellingen en internationale gevolgen

Voedselproductie vertegenwoordigt bijna een kwart van de broeikasgasuitstoot van huishoudens in de EU. Vlees en dierlijke producten maken hiervan het grootste deel uit. Hoewel plantaardige voedingsmiddelen minder dan een vijfde van de voedselgerelateerde emissies veroorzaken, domineren dierlijke producten de milieubelasting. Daarbij ligt tot de helft van de milieuschade door de EU-voedselconsumptie niet binnen de regio: het komt via wereldwijde toeleveringsketens vooral terecht in waterbronnen in Azië en het Midden-Oosten, en in biodiversiteit die in Zuid-Amerika en Afrika wordt bedreigd.

De noodzaak van veranderingen in het Europese dieet en belastinginstrumenten

Volgens de studie wordt het steeds crucialer om Europese eetgewoonten te verleggen naar meer plantaardig voedsel, om hiermee de milieueffecten te verminderen. Vele analisten zien belasting op voedsel als een van de meest effectieve instrumenten om de noodzakelijke veranderingen in het voedselsysteem te stimuleren. In de huidige EU-regelgeving wordt voedsel beschouwd als een ‘basisbehoefte’, om te voorkomen dat lage-inkomensgezinnen buitengesloten worden van betaalbare boodschappen. Alle producten worden gelijke belastingvoordelen gegeven, waarbij er geen onderscheid wordt gemaakt tussen de milieubelasting van verschillende producten, aldus Plinke.

De impact van het afschaffen van btw-voordelen en de invoering van een koolstofprijs

Plinke onderstreept dat het verwijderen van btw-voordelen op vlees de milieubelasting van voedselconsumptie kan verminderen met 3,5 tot 5,7 procent binnen de EU. Ze benadrukt dat de kosten relatief beperkt blijven, zolang de extra belastingopbrengsten worden teruggegeven aan de burgers. Een tweede beleidsoptie, namelijk een koolstofprijs van circa €52 per ton CO2 voor alle voedingsproducten, zou mogelijk nog effectiever kunnen zijn dan de btw-herziening. Beide maatregelen leiden tot een vermindering van vijf procent in broeikasgasemissies, maar de koolstofprijs brengt de grote voordelen voor het milieu duidelijker naar voren.

Vergelijking van de milieuwinst en de praktische overwegingen

Volgens de studie zorgt de invoering van een koolstofbelasting voor een extra vermindering van onder andere 16.805 ton stikstofuitstoot, 891 ton fosfor, 486 kubieke megameters waterverbruik en 0,687 miljoen hectare landgebruik vergeleken met de btw-aanpassing. Plinke stelt dat, vanuit economisch oogpunt, dit beleid gunstiger is omdat het gerichter de milieukosten aanpakt. Daarnaast zou het, mits de belastingopbrengsten worden herverdeeld, voor de consument goedkoper uitvallen, met een gemiddelde besparing van €12 per huishouden per jaar, tegenover €26 bij de btw-variant. Echter, de uitvoering van een dergelijke koolstofbelasting zou complexer zijn, omdat deze uitgebreide gegevensverzameling en controle via volledige toeleveringsketens vereist, wat meer tijd en administratief vermogen vraagt.

De politieke en maatschappelijke context van invoering

De implementatie van herverdraagsmaatregelen wordt door de nationale regeringen geregeld, maar Plinke waarschuwt dat lage-inkomenshuishoudens onevenredig zwaar belast kunnen worden zonder passende compensatie. Gezien de recente terugtrekking van de Europese Commissie en het Europees Parlement uit eerdere klimaatverbintenissen en de algemene politieke weerstand tegen klimaatmaatregelen, lijkt de kans klein dat dergelijke radicale beleidswijzigingen binnenkort realiseerbaar zijn.