De tekortkomingen van de EU en haar lidstaten in de bescherming van kwetsbare groepen
Volgens een recent rapport van het Europese Agentschap voor Fundamentele Rechten (FRA) slagen de Europese Unie en haar lidstaten er niet in om personen met beperkingen die in instellingen wonen adequaat te beschermen tegen geweld en mishandeling. Het document, dat op donderdag 27 november werd gepubliceerd, wijst erop dat de Unie en nationale hoofdsteden hun verplichtingen onder het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (CRPD) niet nakomen.
Uit gegevens van Eurostat blijkt dat ongeveer één op de vier volwassenen in de EU, dat wil zeggen ongeveer 107 miljoen mensen, een handicap heeft. Deze groep loopt een hoger risico op schendingen van fundamentele rechten, waarbij gegevens van het Europees Comité aangeven dat 17 procent van de mensen met een beperking geweld ervaart, tegenover acht procent onder mensen zonder beperkingen.
De situatie verslechtert voor de 1,4 miljoen mensen met beperkingen die in instellingen wonen. Het rapport wijst op diverse vormen van mishandeling, van verbale agressie en overmedicatie tot fysieke en seksuele aanvallen. Geregelde schendingen omvatten gedwongen medische behandelingen, het ongeschikt gebruik van fysieke dwangmaatregelen en economische uitbuiting van kwetsbare individuen.
Gerapporteerde vormen van mishandeling en getuigenissen
Een voorbeeld uit het rapport betreft een vrouw uit Letland met psychosociale en verstandelijke beperkingen: “We werden gestraft door naar onze kamers gestuurd te worden… We werden achter gesloten deuren geplaatst. Ik raasde daar en vervolgens werd ik in mijn kamer opgesloten. En ik kreeg zelfs geen eten… Ik vroeg: ‘Lunchen, kun je me lunch brengen naar mijn kamer?’ ‘Nee!’ Soms kregen we geen eten omdat we gestraft werden.”
De groep met het grootste risico omvat mensen met verstandelijke beperkingen, kinderen, vrouwen en ouderen. Het FRA roept op tot robuustere juridische bescherming, onafhankelijke controle inclusief onaangekondigde inspecties, en het stopzetten van EU-financiering aan instellingen waar mishandeling plaatsvindt. Daarnaast worden mechanismen voor veilige rapportage, verplichte scholing voor personeel en autoriteiten, evenals directe betrokkenheid van personen met beperkingen bij beleidsvorming aanbevolen.
Systeemfalen en de oorzaken van mishandeling
Volgens het rapport ligt een groot deel van het probleem bij structurele tekortkomingen binnen de instellingen zelf. Veel voorzieningen kampen met onderbezetting en beperkte middelen. Veel slachtoffers beschouwen mishandeling als normaal en zijn zich niet bewust van hun rechten of de kanalen die beschikbaar zijn om mishandeling te melden. Dit creëert een cultuur van zwijgen en impuniteté.
Het rapport herhaalt dat het fundamentele probleem de institutionalisering zelf is. Het pleit voor betere integratie van mensen met beperkingen in de gemeenschap in plaats van plaatsing in instellingen. Het verbeteren van de maatschappelijke inclusie wordt gezien als een essentiële stap om de rechten en het welzijn van deze groep te waarborgen.





